Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Waar staat de ChristenUnie - SGP voor?

Ontwikkelingen en uitgangspunten

Ruimtelijke ordening is steeds meer een zaak van afwegingen tussen vele functies binnen een beperkte ruimte. Door een groeiende bevolking, relatief goedkoop woningbestand, een toenemende welvaart en individualisering wordt Haarlemmermeer steeds voller. Dit heeft tot gevolg dat er grotere ruimteclaims ontstaan voor wonen, werken, verkeer, groene ruimte, landbouw, water en recreatie. Haarlemmermeer dreigt meer en meer te verstedelijken. De beschikbare ruimte is schaars en moet zo verdeeld worden dat de verschillende functies in harmonie met elkaar tot hun recht komen. Ruimtelijke ordening is een politieke verantwoordelijkheid en bij uitstek een integrale overheidstaak.
Het ruimtelijke beleid moet mede ten dienste staan van de opdracht van God aan de mens om als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te beheren. De overheid ziet toe dat de ruimtelijke ontwikkeling niet ten koste gaat van de levensvoorwaarden voor mensen, dieren en planten. Voor ons is het begrip rentmeesterschap de centrale norm voor de omgang met en inrichting van de leefomgeving. Het gaat dan om een zorgvuldig beheer van de schepping die door God aan ons mensen is toevertrouwd.

Bij de ontwikkelingen en het beheer van de ruimte moet rekening gehouden worden met de identiteit van het gebied. Van belang is dat de diversiteit en identiteit beschermd worden en waar mogelijk het landschap hersteld wordt.

Door een concentratie van economische activiteiten in de economische kernzones (Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp) en woningbouw in de grotere wooncentra wordt het landelijk gebied meer beschermd tegen verstedelijking en blijven de landschappelijke waarden behouden. Recreatieve gebieden bevinden zich langs de randen van de dorpen. Voor een vitaal blijvend platteland moet met een integrale aanpak gezocht worden naar verbreding van economische functies en behoud van natuur, cultuurhistorie en diversiteit van het landschap.

Bij nieuwe woningbouw zal de overheid erop toezien dat er een betere verdeling van nieuwbouwwoningen zal plaatsvinden onder starters, minder validen en ouderen. Het is een taak van de overheid dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor alle bevolkingsgroepen.

Haarlemmermeer zal bestaande afspraken met betrekking tot woningbouw respecteren, maar bij eventuele nieuwe volumes zullen deze zeer terughoudend worden beschouwd, waarbij goed wordt gekeken of dit nog wel past binnen onze visie op de ruimteverdeling in Haarlemmermeer.

In de kernen moeten voorzieningen voor welzijn en zorg meer gezamenlijk gehuisvest worden (bijvoorbeeld combinaties van kinderopvang, peuterspeelzalen, buitenschoolse opvang, bibliotheek, wijkcentrum/dorpshuis en thuis- en ouderzorg, apotheek, dokter en levensmiddelen).

Ruimtelijke ordening is bij uitstek een geschikt beleidsveld om de relatie tussen bestuur en burger te verstevigen. Het gemeentebestuur voert daarom een uitnodigend beleid om burgers bij het beleidsproces te betrekken. Hier wordt actief burgerschap mogelijk en wordt het draagvlak voor het beleid vergroot.

Zelfredzaamheid

De gemeente zou moeten voorzien in eigen schoon water, energie (zonnepanelen), (kleine) windmolens, aardwarmte, compost e.d. en voedselketen. Dit kan ook op kleine schaal door stimulering van ‘volkstuintjes en heemtuincomplexen e.d.. Wij verwachten dat de gemeente hier een actieve bijdrage aan levert met subsidies en vergunningen.

Bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan is het juridische zwaartepunt van het ruimtelijke beleid. Met behulp van het bestemmingsplan moet de leefbaarheid in Haarlemmermeer worden bevorderd. Nog steeds zijn veel bestemmingsplannen niet meer actueel of te gedetailleerd. Dit werkt uitzonderingen op basis van artikel 19 Wet Ruimtelijke Ordening in de hand, waardoor het ruimtelijk beleid ongeordend en niet integraal gestalte krijgt. Oude bestemmingsplannen moeten getoetst worden aan nieuwe ontwikkelingen. Verouderde bestemmingsplannen moeten zo spoedig mogelijk, binnen de komende periode van vier jaar, worden herzien.

Bestemmingsplannen hebben naast ruimtelijke ordening tot doel bij te dragen aan een aangename leefomgeving. Dat wordt bereikt door aandacht voor een aantrekkelijke en afwisselende bouw, voldoende groenvoorzieningen, behoud van historische en culturele elementen, genoeg parkeervoorzieningen, recreatieve mogelijkheden en andere milieuaspecten. Bij nieuwe ontwikkelingen dient eerst een goede infrastructuur te worden aangelegd met voldoende groeicapaciteit en daarna pas de start van de bouwontwikkeling. Bij elk nieuw of herzien bestemmingsplan zal er speciale aandacht moeten zijn voor de zondagsrust en de onwenselijkheid van vestiging van coffeeshops en/of seksinrichtingen. Verder dient ook aan de toegankelijkheid voor gehandicapten gedacht te worden.

Voor de rechtszekerheid van de burger en de geloofwaardigheid van de overheid is het van groot belang dat er goede controle is op de naleving van de bestemmingsplannen. Het gemeentebestuur moet zich hierin een sterke overheid tonen, consequent en zonder aanzien des persoons.

Landschaps- en groenbeleid

Natuur heeft een zelfstandige waarde en moet daarom niet alleen beschermd, maar ook onderhouden en ontwikkeld worden. In de komende periode zullen de bestaande plannen worden uitgevoerd en nieuwe plannen worden ontwikkeld, zodat Haarlemmermeer niet alleen woongemeente is maar vooral ook een groene gemeente. Ter bescherming van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden is het gewenst een landschapsbeleidsplan te ontwerpen. Dit plan hoort rekening te houden met de diversiteit en de identiteit van het gebied.
De gemeente maakt haar burgers bewust van het bijzondere landschap waarin zij wonen en betrekt hen bij de beleidsvorming op het gebied van open landschappen, is terughoudend met het vullen van haar open landschap van grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocaties, glastuinbouwlocaties, grootschalige bedrijventerreinen en infrastructuurprojecten.

De gemeente stelt structuurvisies en bestemmingsplannen op waarin staat welke ontwikkelingen gewenst zijn in het open landschap en welke belangen beschermd dienen te worden.

De gemeente dient de achterstand in het actueel maken van bestemmingsplannen van het landelijk gebied weg te werken. Daarin worden de kernkwaliteiten van het open landschap uitgewerkt. De gemeente handhaaft het gestelde in haar bestemmingsplannen, bouwt niet meer woningen dan nodig zijn en legt dit, na overleg met buurgemeenten, vast in bestemmingsplannen met harde getallen.

Onze fractie beschouwt de grondgebonden landbouw als belangrijke beheerder van het cultuurlandschap, maar vindt dat de ontwikkeling van de landbouw wel moet passen bij de kernkwaliteiten van het open landschap. Ruimtelijk beleid dat gericht is op het behoud van de grondgebonden landbouw is essentieel.

De gemeente ondersteunt plannen ter verbetering van de recreatieve mogelijkheden in het open landschap. De gemeente kan een landschapsfonds instellen voor de instandhouding en het beheer van landschap en natuur.

Kernenbeleid

Wat betreft de bouw van nieuwe woningen in kleinere kernen zal een afweging gemaakt moeten worden tussen de sociale samenhang en de leefbaarheid, de functie van de kern en de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke aspecten. Er zal voldoende geïnvesteerd moeten worden in vernieuwing van oude woningen en ‘inbreiding’.

Het gemeentebestuur moet een evenwichtig kernenbeleid voeren waarbij zowel de eigen identiteit van de kernen (met een eigen voorzieningen- en dienstverleningsniveau) als de totale situatie van de gemeente en de regio in de gaten gehouden wordt. Het huidige kleine-kernenbeleid verdient uitbreiding en verdieping. De kleine kernen zijn essentieel voor de samenhang in Haarlemmermeer. Elke kern moet ook een duidelijk aanspreekpunt bij het gemeentebestuur hebben.

De gemeente Haarlemmermeer is niet één stad maar is een entiteit die uit meerdere wijken, dorpen en plaatsen bestaat. Met die diversiteit leven wij al heel lang in de polder en deze is feitelijk onze kracht. Vanuit die kracht zouden wij onze polder moeten besturen.
Uitgaand van diversiteit is het gebiedsgericht werken een eerste stap in de goede richting. Dit concept zou gestimuleerd en uitgebreid moeten worden. Hierdoor brengt het gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat haar beleid dichter bij de bevolking. Dat creëert méér begrip en heeft een persoonlijker contact met de inwoners tot gevolg.

Ook voor andere sectoren en disciplines zou gebiedsgericht werken gestimuleerd moeten worden. Meerwaarde is daar nu al een goed voorbeeld van. Het is overigens niet zo dat wij een extra bestuurslaag bepleiten maar wij vragen slechts om het gebiedsmanagement sterker te maken zodat deze de samenhang van en de communicatie tussen bewoners en de gemeentelijke organisatie kan verfijnen en bewaken.

De rol die dorps- en wijkraden kunnen spelen in het draagvlak creëren voor nieuwe plannen, het bespreken van problemen rondom bepaalde dossiers en het vertalen van gemeentelijke zaken naar de bevolking is divers en duidelijk afhankelijk van het karakter van de betreffende dorps- of wijkraad en van het ambitieniveau van zo’n gemeenteraad. Het is van belang dat het gemeentebestuur dit herkent en erkent.

Te vaak nog wordt betrokkenheid gemist bij het centraal ambtelijk apparaat. Een reden kan o.a. zijn dat een relatief klein deel van onze ambtenaren in onze eigen gemeente woont. Wij bevelen daarom aan dat huidige en nieuwe ambtenaren die niet in onze gemeente woonachtig zijn, een soort “kennismakingsprogramma” zouden doorlopen.

Grondbeleid

Verwerving van gronden is geen doel op zichzelf maar wel een effectief middel om als gemeentebestuur de regie te kunnen houden bij de realisatie van bouwopgaven, de Ecologische Hoofdstructuur en andere groenvoorzieningen. Het heeft de voorkeur dat strategische grondposities door vrije onderhandelingen verworven kunnen worden. Waar het algemeen belang er om vraagt moet echter de Wet Voorkeursrecht Gemeenten toegepast worden om in het bezit van de grond te komen. Het gemeentebestuur moet op strategische en rechtvaardige wijze gebruik maken van instrumenten met betrekking tot de kosten (baatafroming en kostenverevening), zodat ‘zwakkere’ ruimtelijke functies kunnen worden gefinancierd uit ‘sterkere’.

De kostprijs van grond binnen een bestemmingsplan wordt bepaald door de kosten die het gemeentebestuur voor dit plan of voor meerdere plannen maakt. Verschillen in grondprijs zijn alleen gerechtvaardigd als ze door objectief vast te stellen factoren worden veroorzaakt. Het moet voor alle betrokken partijen duidelijk zijn of kosten voor bestemmingsplannen, planwijzigingen, beheer en onderhoud wel of niet ten laste kunnen komen van grondexploitaties.

Het gemeentebestuur kijkt ruim van tevoren naar het betrekken van een strategische grondpositie (actief grondbeleid). Het gemeentebestuur voert een duidelijk beleid ten aanzien van projectontwikkelaars of andere particuliere grondbezitters teneinde het complete bestemmingsplan te realiseren, inclusief de publieke- en groenfuncties (faciliterend grondbeleid).

Wonen

Het gemeentebestuur draagt zorg voor een gedifferentieerd woningaanbod, waarbij aandacht wordt geschonken aan het huisvesten van starters, senioren en gehandicapten. Het gemeentebestuur voorziet in voldoende woonruimte voor sociaal kwetsbare groepen.

Het gemeentebestuur maakt prestatie-afspraken met de woningbouwcorporaties. Tevens moet het gemeentebestuur met de corporatie afspraken maken over gezamenlijke inspanningen in het kader van buurt- en wijkbeheer. Ook de inbreng van (toekomstige) bewoners is zeer gewenst en moet gestimuleerd worden. Goed verzorgd uitziende woningen zijn bijvoorbeeld belangrijk voor de leefbaarheid in de wijk. Ook de aanpak van geluidsoverlast valt hier onder.

De ChristenUnie-SGP is voor het stimuleren van kleinschalig particulier opdrachtgeverschap.

Het gemeentebestuur moet een voortrekkersrol vervullen in het totstandkomen van woonplannen. In deze plannen zal vooral aandacht besteed moeten worden aan herstructurering van de oude wijken. Herstructurering is beleidsmatig en financieel een zwaardere opgave dan nieuwbouw, maar zal toch krachtig ter hand genomen moeten worden om de neerwaartse spiraal waarin bepaalde wijken zich bevinden te doorbreken. ‘Inbreiding’ heeft de voorkeur boven uitbreiding. Bij ‘inbreiding’ moeten er genoeg stukken groen, parkeerplaatsen en speelplaatsen overblijven of worden gecreëerd.

In beeldkwaliteitplannen biedt het gemeentebestuur een handleiding voor kwalitatief verantwoorde bouwkundige architectuur voor nieuwe en bestaande woningen. Deze beeldkwaliteitplannen zijn er met name voor het welstandstoezicht. Ook de belangen en opvattingen van omwonenden worden hierin betrokken.

Schiphol

Gezien het grote economische belang van de luchthaven en de ruimtelijke gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol voor Haarlemmermeer dient het gemeentebestuur een zeer actieve rol te vervullen richting andere overheden. De nadruk moet hierbij vooral liggen op het beperken van overlast voor de omwonenden en het milieu. Daarmee wordt tegenwicht gegeven aan de ruimte die Schiphol heeft gekregen van het kabinet om ervoor te zorgen dat Schiphol de toegestane milieuruimte optimaal kan benutten. Maar met het effectief benutten van de milieuruimte moet de luchthaven ervoor zorgen dat de hinder voor omwonenden wordt beperkt. Dit is een tegenstrijdige opstelling dat Schiphol de ruimte geeft om meer lawaai te maken, als ze zich maar binnen de wettelijke grenzen houdt.

De maatregelen die nodig zijn om dit te bewerkstelligen, moeten worden onderzocht op milieueffecten (MER). Daarnaast maken partijen rond de luchthaven afspraken met elkaar die zijn vastgelegd in convenanten.Een verdere uitbreiding met start- en landingsbanen zal door de gemeente niet gefaciliteerd worden. De gemeente zal niet optreden als ontwikkelaar van gronden op en rond Schiphol in samenwerking met particuliere ontwikkelaars.

De gemeente moet zich inzetten de 24-uurseconomie op Schiphol een halt toe te roepen. We denken hier met name aan de openingstijden van Schiphol Plaza.