Sociale en maatschappelijke voorzieningen

Waar staat de ChristenUnie - SGP voor?

Ontwikkelingen en uitgangspunten

In Gods ogen is elk mens van onschatbare waarde. De zorg voor elkaar behoort daarom tot de verantwoordelijkheid van ieder mens, maar is in de huidige maatschappij helaas geen vanzelfsprekendheid meer. De roeping van de overheid om een ‘schild voor de zwakken’ te zijn spitst zich met name toe op een aantal kwetsbare groepen in onze samenleving. Hierbij moet gedacht worden aan ouderen, gehandicapten, verslaafden, daklozen en minima. De ChristenUnie-SGP wil zich daarom met name inzetten voor deze mensen, die extra ondersteuning nodig hebben.

De opdracht van onze gemeentelijke overheid is meervoudig. Burgers die moeiten ondervinden door ouderdom, handicap, werkloosheid of buitenlandse afkomst moeten ondersteund worden en hun mogelijkheden om een volwaardige plaats in de samenleving in te nemen moeten vergroot worden. Verder is het een opdracht voor de gemeentelijke overheid om in de samenleving mensen en groepen mensen te stimuleren en te mobiliseren om naar elkaar om te zien.

Toegankelijkheid van alle voorzieningen voor eenieder moet grote aandacht krijgen.

Samen leven in Haarlemmermeer

Het gemeentebestuur blijft het streven naar sociale vernieuwing als een integraal onderdeel van het beleid hanteren. Daarbij moet het bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid van burgers en de zorg voor de zwakken onder hen hand in hand gaan.

Hoewel de maatschappelijke zorg ten opzichte van de naaste als een vanzelfsprekendheid bij ieder mens mag worden verondersteld, dient de overheid de bescherming van de zwakken in de samenleving nadrukkelijk tot haar taak te rekenen. Zo kan een zorgzaam stelsel worden vormgegeven door een goede samenwerking tussen overheid, instellingen, kerken en particulieren.

Materiële hulpverlening

Er is sprake van (stille) armoede in Nederland. Het bestrijden van armoede behoort tot de kerntaken van de overheid. De eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de rijksoverheid, maar waar deze onvoldoende maatregelen neemt zal het gemeentebestuur aanvullend moeten optreden. Daarbij wordt zoveel mogelijk bevorderd dat de inwoners alles doen wat redelijkerwijs verwacht mag worden om te voorkomen dat zij (financieel) afhankelijk worden. Het gemeentebestuur ziet er verder op toe dat wie daartoe in staat is zich inzet om zo spoedig mogelijk weer in het eigen onderhoud te voorzien. Ten aanzien van éénoudergezinnen wordt voorzichtig omgegaan met de arbeidsplicht, zeker als er sprake is van kinderen jonger dan 18 jaar.
Aan mensen die buiten hun schuld in armoede raken moet het gemeentebestuur aanvullende hulp bieden. Daarbij valt te denken aan verlagen of kwijtschelden van heffingen, eenmalige uitkeringen en vermindering van woonlasten. Nadrukkelijke aandacht voor de (nacht)opvang van dak- en thuislozen is een taak die binnen onze gemeentegrenzen vorm moet krijgen.

Het gemeentebestuur draagt zorg voor een goede en rechtvaardige schuldhulpverlening en voor voldoende advisering en begeleiding ten aanzien van budgetbesteding van mensen die daarmee problemen hebben, ook als dit bij herhaling nodig is.

Klantvriendelijkheid, respect, behulpzaamheid en administratieve eenvoud dienen kenmerkend te zijn bij de dienstverlening. Periodieke prestatiemeting is een goed instrument om de kwaliteit en het effect van de dienstverlening te meten en dient daarom met regelmaat toegepast te worden.

Bij het toekennen van een uitkering voor (bijzondere) bijstand hanteert het gemeentebestuur binnen de wettelijke kaders een ruimhartig en rechtvaardig beleid. Tegelijkertijd dient bij cliënten ook de eigen en eerste verantwoordelijkheid voor het levensonderhoud benadrukt te worden. Misbruik van voorzieningen moet door intensieve controle en een doelmatig sanctiebeleid worden tegengegaan.

Door middel van een beleidsplan, dat concrete en meetbare doelstellingen bevat, moet de gemeenteraad invloed uitoefenen op het beleid van het gemeentebestuur Haarlemmermeer inzake de bijstand. Het verslag is een goede weergave  van de gang van zaken gedurende het afgelopen jaar en geeft ook concreet aan in hoeverre doelstellingen gerealiseerd zijn.

De taak waar de Gemeente Haarlemmermeer voor haar inwoners staat is ook de informatievoorziening over sociale verzekeringen: volksverzekeringen (AOW, AWBZ, ANW, AKW), werknemersverzekeringen (WIA, WW, ZW) en de rechtsbescherming.

Algemeen maatschappelijk werk

Het gemeentebestuur laat het algemeen maatschappelijk werk zo veel mogelijk aan particuliere instellingen over, maar kan wel subsidie verlenen en/of een coördinerende functie vervullen. Daarbij moet ook voluit respect getoond worden en moet er steun zijn voor instellingen die prijs stellen op handhaving van hun levensbeschouwelijke uitgangspunten.

Gehandicapten

Mensen met een handicap moeten zo goed mogelijk kunnen functioneren in onze gemeente. Voor onze minder valide medeburgers betekent dit bijvoorbeeld: aandacht voor aanpasbaar en aangepast bouwen in de woningbouw en een zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte en gebouwen. Dat houdt ook in dat bij de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) de termijnen om voor voorzieningen in aanmerking te komen niet onnodig lang worden opgerekt. Ook pleiten wij ervoor de eigen financiële bijdrage van gehandicapten voor vervoers-, woon- en rolstoelvoorzieningen zo laag mogelijk te houden. De voor de uitvoering van de WMO bestemde middelen worden voor dat doel aangewend.
In het kader van de sociale werkvoorziening worden mogelijkheden voor aangepast werk geboden aan gehandicapten. De vercommercialisering bij deze bedrijven neemt steeds meer toe. Het gemeentebestuur ziet erop toe dat ernstig gehandicapten niet worden uitgesloten van deelname. Door het verlenen van zo veel mogelijk gemeentelijke opdrachten aan bijvoorbeeld de AM-groep en Paswerk kan het bedrijfsresultaat van deze instellingen worden verbeterd.

Ouderen

Met de meerderheid van de ouderen in Nederland gaat het goed, volgens de rapportage ‘Ouderen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2006. Velen staan midden in de samenleving, vaak via betrokkenheid in het vrijwilligerswerk en de informele zorg. Daarnaast zijn meer ouderen aan het werk gegaan. Hun gezonde levensverwachting en een gunstige sociaal-economische positie maken een relatief actief en lang sociaal leven mogelijk.

Het aantal ouderen is sterk gegroeid. Het gebruik voor alle voorzieningen is gestegen en stijgt volgens de bevolkingsprognoses nog door tot in ieder geval het jaar 2015. Dit zijn signalen om te werken aan oplossingen voor de problemen die dit met zich meebrengt.
Hierbij wordt gedacht aan het aantrekkelijker maken van het werken tot 65 jaar, het stimuleren van leeftijdsbewust beleid en het terugdringen van de (langdurige) werkloosheid onder 45-plussers.

Het tweede speerpunt betreft allochtone ouderen; zij zijn een kwetsbare groep. Zij doen bovendien een beperkt beroep op sociale en welzijnsvoorzieningen. Hier ligt een belangrijke opdracht voor gemeenten.

Het ouderenbeleid dient er op gericht te zijn om ouderen in de gelegenheid te stellen volwaardig in de samen­leving te kunnen participeren en (desgewenst) zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Dat vergt verdere ontwikkeling van huisvesting met veel voorzieningen, bij voorkeur in de omgeving van een zorgcentrum.

Juist ouderen willen zich veilig, nuttig en gewaardeerd voelen. De maatschappelijke participatie is een speerpunt van het welzijnsbeleid voor ouderen. Het verdient dan ook aanbeveling de doelgroep zelf bij de ontwikkelingen te betrekken. De seniorenraad heeft een belangrijke functie bij het adviseren inzake het ouderenbeleid.

Er is een zilveren generatie op komst die zelf initiatieven neemt en zingeving zoekt in vrijwilligerswerk maar ook in een tweede arbeidscarrière. Wij verwachten dan ook dat ouderen zelf willen meewerken om zo lang mogelijk actief te blijven als dat kan. Dit levert voordeel op voor de samenleving en de ouderen zelf. Ouderen doen wat voor anderen (wederkerigheid) èn ouderen blijven hierdoor langer actief, wat weer positief uitwerkt op de kwaliteit en de duur van het leven. Ouderen leven langer als zij meer zelf blijven doen.

Minderhedenbeleid

Gastvrijheid is een Bijbelse opdracht en is ook op gemeentelijk niveau van toepassing. Het vluchtelingen­beleid is echter vooral op landelijk niveau geregeld. Wanneer het Centraal Orgaan Asielzoekers, dat belast is met de opvang van asielzoekers, het gemeentebestuur benadert voor de vestiging van een asiel­zoekers­centrum moet daar zorgvuldig mee worden omgegaan. Het gemeentebestuur zal duidelijke kaders aangeven waarbinnen het beleid vorm krijgt. Wanneer asielzoekers een verblijfsvergunning hebben gekregen en zich vestigen in onze gemeente, moet inburgering maximaal worden ondersteund. Zijzelf moeten daar ook de nodige inspanningen voor doen. Het leren van de taal is een absolute voorwaarde, evenals het voorzien in eigen levensonderhoud.

Zowel van Nederlanders als van leden van minderheidsgroepen mag begrip en respect voor elkaar ver­wacht worden. Hiertoe is een goede voorlichting aan beide groepen van groot belang. Racisme en discriminatie moeten worden tegengegaan, zowel aan de hand van de wet als met andere relevante middelen (meldpunt, verwijderen van leuzen enzovoorts).

Specifiek minderhedenbeleid is weer mogelijk op twee manieren. Ten eerste door binnen algemene beleids­kaders en voorzieningen rekening te houden met de specifieke behoeften en wensen van minder­heden, bijvoorbeeld door differentiatie van beleid. Ten tweede door specifieke voorzieningen voor minder­heden te creëren, met andere woorden categoriaal beleid.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning is vormgegeven. In de gemeentelijke politiek gaf dat beleidsvrijheid en vroeg dit om doordenking en afstemming. Afstemming onder andere met de doelgroep(en) en de belangenorganisaties. De uitgangspunten van de WMO zijn als volgt samen te vatten:

  • er wordt een verantwoord beroep gedaan op de zelfredzaamheid van de burgers en bijdragen vanuit de gemeenschap (civil society);
  • er dient een effectief en efficiënt vangnet voor de burgers te worden gerealiseerd;
  • er dient draagvlak voor het vernieuwde beleid te zijn;
  • aansluiting en/of integratie met bestaande structuren bevordert de efficiëntie en beperkt de kosten voor de infrastructuur.

Ingrediënten voor het beleid van de WMO worden gevormd door:

  • preventie;
  • voldoende geschikte huisvesting;
  • het opzetten en inrichten(uitbouwen) van woon/zorglocaties;
  • centrale informatieverstrekking;
  • advisering en zonodig verwijzing (1 loket);
  • bevordering van de mobiliteit van de doelgroepen;
  • ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers;
  • keuzemogelijkheden voor de klanten.

Dit alles wordt gebaseerd op onafhankelijke en objectieve indicatiestelling om willekeur te vermijden. De aanbesteding van taken in het kader van de WMO moet vooral gericht zijn op de verbetering van de lokale situatie en de inzet van de lokale aanbieders.