Onderwijs

Waar staat de ChristenUnie - SGP voor?

Trends en uitgangspunten

Onderwijs ligt in het verlengde van de opvoeding thuis. School en ouders hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De gemeente moet coördinerend en stimulerend optreden om haar burgers te ondersteunen in hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding, de vorming en het onderwijs van hun kinderen. Voor ons is leidraad dat elke burger zijn door God gegeven gaven en talenten mag ontwikkelen om die in te zetten voor een samenleving die gericht is op eer aan God en dienstbaarheid aan elkaar.

Goed onderwijs omvat meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden. Er moet ook aandacht zijn voor het kennen van de heilzame idealen (waarden) en het handhaven van goede leefregels (normen). Het kan echter niet zo zijn dat onderwijzend personeel taken over moet nemen die bij de ouderlijke opvoeding thuishoren, zoals het verstrekken van ontbijt en het aanleren van basiswaarden en -normen.

Onderwijsbeleid neemt, terecht, een steeds prominentere plaats in op de gemeentelijke agenda. Voor scholen en gemeente is onderwijsbeleid steeds minder het uitvoeren van landelijke regelgeving en steeds meer het uitvoeren van eigen beleid. Onderwijsbeleid moet onderdeel zijn van een integraal beleid voor een sluitend voorzieningenaanbod. Onderwijs-, educatie-, welzijns- en arbeidsmarktbeleid moeten daartoe op elkaar afgestemd worden, toegesneden op de eigen lokale behoeften en mogelijkheden.

Een goede onderwijsorganisatie

De gemeente draagt zorg voor een zo compleet mogelijke en goed georganiseerde onderwijs­infra­structuur, letterlijk en figuurlijk dichtbij de mensen. Met het oog op leefbaarheid is een goede spreiding van scholen in wijken en dorpen gewenst.

Omdat onderwijs in het verlengde ligt van de opvoeding door ouders, honoreert het gemeentebestuur het grondwettelijk recht van vrijheid tot stichting en inrichting van onderwijs. Om de keuzevrijheid van ouders inhoud te geven en de bereikbaarheid van scholen te bevorderen zorgt de gemeente voor voldoende mogelijkheden van leerlingenvervoer. Zij hanteert hierbij redelijke afstandsgrenzen, reistijden en eigen bijdrage.

Voor openbaar onderwijs is de gemeente de eindverantwoordelijke. De gemeente bevordert de betrokkenheid van ouders bij dit onderwijs zo veel mogelijk.

Bijzondere en openbare scholen dienen een gelijkwaardige positie te hebben en financieel gelijkgesteld te worden.

Wanneer scholen (openbaar of bijzonder) onder de opheffingsnorm dreigen te komen, heeft voortbestaan door het vergroten van het voedingsgebied (bijvoorbeeld door het werken met dislocaties) de voorkeur boven het tot stand komen van samenwerkingsscholen.

De gemeente zorgt voor goede huisvesting van het onderwijs, een aantrekkelijke en veilige schoolomgeving en ontwikkelt plannen om achterstallig onderhoud aan gebouwen en omgeving weg te werken. De middelen die de gemeente daarvoor van het Rijk krijgt, zijn echter nauwelijks voldoende. Om dat te reguleren moet een integraal meerjarenhuisvestingsplan opgesteld worden. Voorziening en verdeling van beschikbare schoolruimte moet beter en sneller geregeld worden. Verdeling over meer dan twee locaties moet worden voorkomen of binnen 1 (school)jaar opgelost worden.

Godsdienstonderwijs met de Bijbel als bron levert een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk waarden- en normenbesef. Daarom zijn wij voorstander van het subsidiëren en stimuleren van dergelijk onderwijs.

Achterstandsbeleid /preventieve middelen

Bij het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstand heeft de gemeente een coördinerende functie. In overleg met alle scholen stelt de gemeente een onderwijsachterstandsbeleid op, bij voorkeur als onderdeel van een algemeen achterstandsbeleid. Een goede samenwerking met onder andere jeugdzorg- en welzijnsinstellingen is noodzakelijk. Ouders worden actief bij het achterstandbeleid betrokken. Voor- en naschoolse activiteiten, cursussen en dergelijke voor ouders om die te ondersteunen bij de opvoeding van hun kinderen kunnen daarbij een middel zijn, eventueel in combinatie met voor- en naschoolse opvang voor hun kinderen (het Brede School-concept). De Brede School kan een zinvolle bijdrage leveren aan de bestrijding van onderwijsachterstanden. Dit middel in het achterstandsbeleid moet dan wel een verplichtend karakter hebben en regelmatig geëvalueerd worden. Het kan niet de bedoeling zijn dat de Brede School alleen fungeert als opvang voor kinderen van werkende ouders.

De ontwikkeling van een goede taalkennis bij alle leerlingen moet bijzondere aandacht krijgen, bij allochtone leerlingen moet het zelfs de hoogste prioriteit krijgen.

Omdat integratie in de samenleving belangrijk is voor allochtone leerlingen, moet voor een goede eerste opvang en vervolgens goede doorstroming gezorgd worden. Voor- en vroegschoolse educatie moet gestimuleerd worden.

De gemeente moet proberen het ontstaan van een scheiding tussen ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen tegen te gaan.

De gemeente bevordert dat jongeren een passende ‘startkwalificatie’ bezitten voordat ze de arbeidsmarkt opgaan. Met het oog hierop ontwikkelt zij beleid om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan.

De leerplicht is een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De gemeente moet voldoende middelen ter beschikking stellen voor de handhaving van deze plicht zodat schoolverzuim en voor- en vroegtijdig schoolverlaten wordt voorkomen. De projecten Samenspel, Opstap en Opstapje moeten blijvend worden gefaciliteerd.

Onderwijzend personeel dient regelmatig te worden bijgeschoold om beter in staat te zijn om kindermishandeling te signaleren. De gemeente stimuleert campagnes ter voorkoming en bestrijding van pesten op school. Ook moeten er campagnes opgestart worden waarin kinderen gewaarschuwd worden voor loverboys, en campagnes die bijvoorbeeld roken en drugsgebruik tegengaan.

Wij pleiten er voor dat alle kinderen op jonge leeftijd het ABC-zwemdiploma hebben. De gemeente geeft voorlichting over zwemlessen (vooral onder allochtonen) en subsidie voor schoolzwemmen of neemt andere maatregelen (bijvoorbeeld bijspringen van minima) om te zorgen dat alle kinderen op jonge leeftijd een zwemdiploma hebben.

In verband met de veiligheid van het schoolzwemmen zorgt de gemeente voor hele goede afspraken over wie waarvoor op welk moment verantwoordelijk is.

De ChristenUnie-SGP is voorstander van het bevorderen van de volwasseneneducatie. Het onderwijs aan volwassenen moet met name beroepsgericht zijn waardoor de mogelijkheden voor de arbeidsdeelname van inactieven worden vergroot. Bovendien kan volwasseneneducatie in het kader van inburgering van allochtonen een belangrijk punt zijn.